Zesluik - 'leven met losse handen in tijden van opdrogende bestaansgronden' -

DEEL 5: Het Gewetene

Korte samenvatting deel 4 'de Schering en Inslag van God': het weefsel van het leven is direct verbonden met 'Het Geweven Doek van het Mysterie' dat als schering-draad waarheid heeft en als inslag-draad liefde.

Afbeelding

Objectiviteit bestaat niet
Ik schreef in deel 4 dat mijn ‘weten’ volstrekt subjectief is, en mijn vertrouwen dus ook. Objectieve kennis kan misschien bestaan, alhoewel het kwantummechanica-onderzoek bezig is ook dat houvast onderuit te halen, als ik het goed begrepen heb.

De illusie dat onze waarneming een betrouwbaar beeld geeft van de ons omringende realiteit, is ons al veel eerder uit handen geslagen: We weten inmiddels dat ons brein zeeft en ervaringen van duiding voorziet, associërend op eerdere ervaringen. Alleen een kleine selectie van de werkelijkheid dringt na filtering van onze hersenen, nog tot ons door.
Dat is ook nodig om ons, niet al te overweldigd, een praktische weg te kunnen banen door het bestaan. Een snelle standaard betekenisgeving is al helemaal nodig wanneer er bij gevaar direct gehandeld moet worden. In zo’n situatie zou open nieuwsgierigheid je de kop kunnen kosten. Maar dat wil niet zeggen dat de aangeleerde duidings-legenda in ons hoofd, ook de lading van de werkelijkheid dekt.
Zeker niet omdat we ook nog onze persoonlijkheidsbril op onze neus hebben staan.

Die bril maakt dat we psychologische gebeurtenissen uit het verleden, samen met de conclusies die we daaraan verbonden, projecteren op het nu. Op alles en iedereen dat daarin is.
Kortom: Hoezo objectiviteit?

Afbeelding

Dingen bestaan niet
En bestaan ‘objecten’ überhaupt wel? Om de kwantum mechanica er weer bij te halen: Op het diepste deeltjes niveau van alles wat bestaat, zijn deeltjes ook golfjes. Daar is niks tastbaars aan.
Mijn subjectieve beleving van mijn lichaam beaamt dat (waarmee ik natuurlijk geen bewijs wil aanleveren voor de vindingen van de theoretische natuurkunde).
Ik ervaar mijn lijf niet als een ding. Ik voel dat het leeft, in de vorm van niet grijpbare sensaties. Het kan er koud zijn of warm, benauwd of ruim, het kan er tintelen, stromen, bonken, wolken, pulseren, stuwen, knijpen, fladderen, vlinderen. In pijnlijke of aangename zin.
Maar in beide gevallen dus zo onmeetbaar en subjectief als wat.

Subjectieve waarneming lijkt de enige waarneming die tot onze beschikking staat. We zullen het ermee moeten doen. Dat betekent niet dat we lukraak zijn overgeleverd zijn aan een werkelijkheid die we niet kunnen kennen.
We moeten wel vertrouwen durven hechten aan het subjectieve gewaar zijn.
Alleen geen blind vertrouwen.

Verdwalingen
Het bedrijfsleven gaat prat op zijn objectieve nuchterheid. Grotere nonsens dan dit zogenaamde no-nonsense zelfbeeld, bestaat wat mij betreft niet. En het is nog gevaarlijk ook. Want wanneer je geen idee hebt vanuit welke al dan niet irrationele drijfveren je eigenlijk handelt, maar je hebt wel macht, dan kan je een berg schade aanrichten. Het meest nuchtere wat je kan doen in mijn ogen, is dus zo eerlijk mogelijk kijken naar je aannames en motieven.

Aan de andere kant wordt ‘je gevoel volgen’ soms wel erg klakkeloos aangehangen : ‘Ik voel het, dus het is waar’ kan net zo gevaarlijk zijn. En wordt hemeltergend wanneer deze opvatting gestut wordt door het idee in ‘hogere trilling’ te zijn gegroeid. Het kille koppensnellende gekijf ten tijde van de Covid 19 vaccinaties bijvoorbeeld, door personen die zich in hogere trilling voelen verkeren, vond ik beneden peil. En wat blijft er precies van die trilling over wanneer het echt moeilijk wordt? Ik vrees weinig; grote kans dat na een weekje honger lijden, de platte pleuris zonder pardon uitbreekt.

Ontknopingen
Het is een hele klus het subjectieve gewaar zijn van ‘angst en afweer-gestuurde ik-delen’, - die alles wat zo krom als een hoepel is, toch overtuigend recht kunnen praten -, te ontwarren van een dieper gelegen subjectieve gewaar zijn: het gewaar zijn van wat er in wezen aangeraakt wordt of beantwoord wil worden.

Na vele jaren van steeds opnieuw ontknopen, meen ik dat ik het verschil kan voelen.

Wanneer mijn ‘voor waar nemen’ in een situatie resoneert met het ‘de waarheidslievende schering van het geweven doek van het universum’ (zie deel 4), dan ‘klopt’ er iets op dat wezenlijke niveau.
Dat is voor mij voelbaar aan een soort archaïsche kalmte, die zich op zo’n moment als een soort grondtoon inzet.
Het stuiteren, piekeren, twijfelen, en bang zijn in andere lagen van mezelf, wordt er heus niet mee voorkomen. Soms is het zo’n kabaal in me, dat ik de grondtoon niet eens meer hoor. Ik ‘weet’ hem vaak nog wel, maar het blijft een pittig werkje het zwaard van mijn boot (zie deel 4), op zijn plaats te houden, en mezelf daarmee ook. Comfortabel is het op die plek lang niet altijd. Lang niet altijd beschut, en meestal ontbreekt de routeplanner.
Er klinkt wel die grondtoon van onmiskenbare waarachtigheid, die maakt dat ik vertrouwen kan hebben. Niet zozeer in de goede afloop der uiterlijke dingen, maar in het water waarop mijn bootje drijft; de kosmische zee van autoriteit en waarheid (zie deel 3), die echoot in mijn buik. Ik ervaar er een onzegbare intimiteit mee, waardoor ik er een thuishonk in vind. Ongrijpbaar maar oer-betrouwbaar.

Afbeelding 1

Het zwaard des onderscheids
Opgevoed tot ‘ongelovige’, ben ik allesbehalve Bijbelvast. Flarden van met name het nieuwe testament, waaien me vanuit onze cultuur tegemoet. Het schijnt dat Jezus gezegd heeft: 'Ik ben niet gekomen om de vrede te brengen, maar het zwaard'. Verwonderd over deze schijnbaar oorlogszuchtige uitspraak, praat ik daar dan over met wel Bijbelvaste mensen. En ik laat de uitspraak in mijn binnenste ronddrijven: het zwaard van mijn bootje verandert dan in het zwaard des onderscheids, waar ik het zwaard van Jezus voor aanzie.
Een zwaard dat onderscheid kan maken tussen enerzijds waarheden-in-de-buik en liefdes-in-het-hart die niet resoneren met het geweven doek van het universum, en anderzijds waarheden en liefdes, die er wel mee resoneren.

Niet dat er per definitie iets mis is met de eersten. Die kunnen ook heel lieflijk, prettig afleidend, genotvol, (ont)spannend en gezond relativerend zijn. Ik pleit ook niet voor een stoïcijns of ascetisch bestaan, waarin je afziet van elke geneugte, tenzij dat voor je ‘klopt’. Zonder er dogma voor nodig te hebben.

Jezus had waarschijnlijk niets tegen kooplui en geldwisselaars, toen hij ze de tempel uitramde. De ‘kleine’ liefde voor materie en mocht alleen niet de plaats innemen van de grote liefde voor en van het Mysterie.
Het zwaard des onderscheids helpt, nogmaals, helder te krijgen of je gedrag wel of niet resoneert met de schering en inslag van het universum; het geweven doek van waarheid in liefde en liefde in waarheid.

Afbeelding 2

Het gewetene
Misschien kan je het zwaard ook het zwaard van het geweten noemen, maar dan niet in morele zin.
Passender misschien: het zwaard van het gewetene.

Het gewetene, een zelf verzonnen woord, klinkt misschien als iets uit de verleden tijd: iets dat ooit geweten werd. Ik doel echter op dat wat altijd geweten is en zal zijn. Ook nu dus. Het gewetene wordt ‘geademd’ door het geweven doek van het universum, waar alles deel van uitmaakt. Ons DNA, ons lichaam, onze ziel, zijn gemaakt van hetzelfde weefsel en ademen mee.

Excalibur
Niemand anders kan beoordelen of jouw weg de kleine waarheid en liefde dient, of de grote. Alleen jij kan dat weten, er ten minste het dichtst bij in de buurt komen.

Gelukkig hebben wij m.i. allemaal een zwaard des onderscheids in onze mystieke gereedschapskist zitten: onze hoogsteigen Excalibur. Als het zwaard van King Arthur, dat alleen hij uit de steen kon trekken. Omdat het zijn zwaard betrof, een unieke naald van het mysteriekompas, ingebouwd in zijn lichaam. Hem helpend zijn unieke weg van waarheid en liefde te vinden.

Jouw Excalibur geeft je het vermogen om te onderscheiden en de moed om te kiezen. Via je lichaam weet je, soms na veel aftasten, wat Klopt met een grote K.

Je lichaam is de drager van je gewetene. Je gewetene staat in directe verbinding met de schering en inslag van het geweven doek van het mysterie. De waarheid en liefde van je gewetene stuurt aan op een tijdloze organische ethiek, verbonden met het grote geheel. Ze zullen niet altijd voldoen aan de mores en de moraal van de tijd waarin je leeft. Dat kan heel verwarrend zijn:
In je gewetene ben je op jezelf terug geworpen. Dat is geen makkie.
Al helemaal niet wanneer een angst van je persoonlijkheid heel lawaaiig wordt, en de weg naar je gewetene overschreeuwt.

Externe toetsstenen
We hebben ook daarom een intieme verbinding met anderen nodig. Niet alleen om troost en toevlucht te vinden voor ons vege lijfje, en een warme hand in elkaars leven te zijn.

Ook om ons aan te toetsen: Zijn we niet toch dogmatisch geworden, of is ons verlangen naar zuiverheid verandert in fanatisme en dus uit contact getreden? Hebben we onszelf onschendbaar gemaakt? Of een ander

En naast medemensen die een oogje in elkaars zeil kunnen houden, bestaan er organisch ethische ‘wetten’ die toetssteen kunnen zijn, wanneer je wilt weten of jouw waarheid niet per ongeluk een egocentrisch bestaan is gaan leiden.

Persoonlijk zie ik het zinnetje ‘wat u niet wil dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet’, als een onontbeerlijke meetlat. Zeker wanneer ‘de ander’ dan staat voor alle leven op aarde.

Ik weet nog steeds niets zeker
Nee, ik weet niks zeker en ik ga niks zeker weten, ook al klink ik misschien soms wel zo.
Ik kies ervoor vertrouwen te stellen in mijn subjectieve beleving van het mysterie, dat mij voortbracht. Ik laat me leiden door mijn gewetene, laat me ankeren door de grondtoon ervan.

Heb ik eigenlijk een andere redelijke keuze? Wat brengt het me om te verkrampen in net zo subjectief cynisch wantrouwen en ‘rationeel’ verzet, om verhard aan te komen in het uur van mijn sterven?
Dus ik verzamel moed en ontspan me, met zo open mogelijke vizier, in het levensweefsel waar ik hoe dan ook onderdeel van ben.
Ik kies ervoor te geloven in de waarheid en liefde die ik erin ervaar.
En die ik keer op keer bevestigd zie in de sessies die ik geef: wanneer de wondkorsten en littekenweefsels dunner worden, breekt vaak een gouden ontroering door, die ziet: Hoe onmachtig we in de praktijk vaak ook zijn, liefde is de diepste waarheid van onze aard.

Werk, graaf je put,
maak je eigen bron
en houd niet op.
Nu niet, nooit niet.
Op de bodem zul je water vinden.
Doe je oefeningen, elke dag,
je trouw daaraan is de knop van de deur,

Klop op de deur,
klop en klop en klop
tot de vreugde in je een venster opent:
‘Wie klopt daar zo gestaag?’

-Rumi, 1207-1273-

Per ongeluk is mijn vijfluik dus een zesluik aan het worden. Volgende keer knoop ik de boel aan elkaar. Dan leg ik uit hoe ik alle ingrediënten die ik tot nog toe beschreven heb, als noodzakelijke bouwstenen zie om te kunnen ‘Leven met Losse Handen’ in tijden van opdrogende bestaansgronden’. In tijden die dus angstaanjagend zijn. Angst wil vastklampen. Begrijpelijk, maar dan hebben we onze handen niet meer vrij voor wat het leven wezenlijk maakt.
Ik schrijf de volgende keer ook alsnog over ‘het affectieve universum’

VERDER NAAR DEEL 6

Zesluik - 'leven met losse handen in tijden van opdrogende bestaansgronden' -

DEEL4: Schering en inslag van God

Korte samenvatting van deel 3: (H)erkenning van je wezenlijke goedheid is onontbeerlijk, wanneer je jezelf wilt kunnen toevertrouwen aan jezelf, de ander en de rivier van het leven.

Het enge huisje
Ik heb lange tijd bijzonder slecht in mijn lichaam gezeten. Ik voelde mij eruit gekatapulteerd, kon niet of nauwelijks ‘zakken’. ‘In mij is geen plek om te rusten’, schreef ik eens in mijn dagboek. In mijn pogingen toch in te dalen, dacht ik dat ik dan wel vreselijke dingen zou tegenkomen in mij. Waarom zou ik anders verhuisd zijn naar tobbende regionen in en boven mijn hoofd? Die vreselijke dingen bleken ‘gewoon’ leegte, eenzaamheid, angst, verdriet en woede te zijn, die ik als ‘no go area’s’ had leren bestempelen. Gebieden die me deden denken aan de geheimzinnige, in zichzelf gekeerde elektriciteitshuisjes, waar in geel en zwart een afbeelding van een bliksemschicht op geplakt was. Voor onweer was ik sowieso al panisch bang, maar toen ik eenmaal kon lezen, bleek er bij de bliksemschicht ook nog: ‘Levensgevaarlijk. Hoogspanning’ te staan

Potente vrede
Mijn gevoelens bleken pijnlijk, maar niet levensbedreigend te zijn. Juist leven brengend. Daarover schreef ik al van alles. Maar er is meer.

In slaap vallen vond ik als kind ook eng. Wanneer er bij het slapen gaan alleen welterusten tegen me gezegd werd, maar geen ‘tot morgen’ was ik bang dat ik voorgoed zou verdwijnen in een peilloos zwart gat.

Als puber voelde ik hoe ik me niet durfde over te geven. Ik liet me dan met op elkaar geklemde kaken toch maar overmannen door de slaap. Om de volgende dag niet te moe te zijn om naar school te gaan

Deze angsten hadden, achteraf gezien, alles te maken met de emotionele verlating die ik had beleefd, maar verwezen ook naar een diepte. Zeker peilloos donker en ontzagwekkend, maar niets om bang voor te zijn. In tegendeel.

Tot mijn verbazing bleek er ,- onder de bodem van mijn kwetsuren-, niet nog een laag oud zeer te zitten, maar ruimte. Ter hoogte van mijn buik en bekkenbodem, maar dan in energetische zin.

Van bovenaf zag hij er nog uit als een voor eeuwig opslokkende zwarte mond:

Afbeelding 1

Eenmaal erin gedurfd, werd het anders: zoals de foto bovenaan dit artikel:
Een ruimte als het universum; zonder einde. Het is er donker, maar niet naargeestig. Vormeloos, maar potent. Als de potentie van de oceaan, die voelbaar is wanneer ik er in zwem zonder nog grond onder de voeten te hebben.

In die ruimte is alles in potentie aanwezig.  Het potentiële gevaar van de potentiële oceaan dus ook. Er valt niet mee te spotten. Toch is het er vredig, potent vredig. Ik kan vertrouwen.
Want ik ervaar er ook een autoriteit, die eveneens onmetelijk is. Die autoriteit heeft iets onomkoombaars. Hij lijkt te zeggen: hoever je ook wegloopt, je kan alleen in me vallen, niet eruit. Je hoort bij mij, want ik ben deel van jou, en jij bent deel van mij.

Zonder dogma
De autoriteit lijkt de bron en meetlat van oer-waarachtigheid , maar is zonder dogma. Dogma is vorm. Vorm kan deze macht nooit vangen, omdat hij onbegrensd is.
(Religieuze) rituelen en regels kunnen manieren zijn om in de buurt te zijn van dit ‘absolute’. Maar wanneer de vorm zelf tot iets absoluuts verklaard wordt, toetsen we ons niet meer aan die zich steeds verversende bron van waarheid.

We meten onszelf en elkaar dan aan de vorm die we zelf verzonnen hebben. Zo bijten we ons stap voor stap verder vast in een zelf verzonnen gevangenis van uitverkorenen en outcasts. Van de bron los, van God los, daar heb je het weer.

Het zwaard
Een bootje gebruikte ik al eerder als metafoor voor mens zijn op aarde. Een bootje drijvend op de rivier van het leven.  Een beetje boot heeft een zwaard. Die is als een soort vin, die je door de bodem van je schuitje kunt steken, om beter op koers te  blijven. Het zwaard zorgt er ook voor dat je schuin tegen de wind in kunt zeilen, zonder te kapseizen.

Afbeelding 2

Wanneer ik merk dat ik door de stromingen van mijn angsten mee op drift genomen wordt, is het aan mij om het zwaard dieper het water in te steken. Het water staat dan metafoor voor de potente ruimte van autoriteit en waarachtigheid, waar ik het hierboven over had. Het zwaard staat voor mijn vermogen om mezelf daarin geplant te houden.

Om dit te illustreren een verhaaltje over mijn éénpitters-schap en mijn relatie tot marketing:

Mijn geld verdienen als zelfstandige, roept vele zorgen op: 'kan ik wel genoeg verdienen, waar blijven die klanten, en blijven ze wel?' Aan marketing heb ik een broertje dood, wat ook te maken heeft met het al heel jong ontstane idee, dat ik me als aantrekkelijk zal moeten verkopen om in beeld te zijn.
Los daarvan houd ik er gewoon niet van. Het is mijn stiel niet, snoept tijd weg van waar ik me echt mee wil bezig houden. Ik ontkom er natuurlijk niet geheel aan, en dat is oké. Want ik snap dat ik moet laten weten dat ik besta en wat ik doe. En ik wil ook graag gezien worden.

Maar wanneer ik, gegrepen door angst, me probeer te voegen naar hoe er tegenwoordig reclame gemaakt wordt, moet worden misschien wel, dan raak ik los van mezelf. Ik wil het niet, het past niet bij me.

 

Het zwaard weer terug het water in duwen, laat me mijn koers weer voelen. Ook al is er geen belofte dat die koers me voldoende klandizie zal opleveren. Dat is lastig om uit te houden, en misschien moet ik er een baantje naast zoeken, maar het zwaard moet geplant blijven in de ruimte van innerlijke autoriteit, die me vertelt wat wel en niet klopt voor me. Wil ik ten minste niet in opgejaagd wild veranderen, of in gevoelens van zinloosheid stranden.
Die innerlijke autoriteit heeft niet veel te maken met mijn persoonlijke verdiensten, maar is rechtstreeks verbonden is met die voorgeboortelijke ruimte van oer-waarachtigheid.

Garanties worden niet gegeven.
Verklaringen ook niet. Toch vind ik er een onbetwistbaar thuishonk.

Is daar de plek waar ik kan rusten.

Afbeelding 3

Weerloos gevaarlijke liefde
Het zwaard van de boot heb ik op allerlei fronten van mijn bestaan steeds op zijn plaats te houden. Ook daar waar ik geconfronteerd wordt met de klimaatveranderingen. En waar door pijn en angst het zwaard omhoog gestuwd wordt. Ik oefen dat niet te laten gebeuren. Daarover in deel vijf meer.

Niet dat ik dan niet bang meer ben. Ik kan wel op mijn plaats blijven. In de buurt van de bron. Dat geeft kalmte. Dat is de basis. De paarden in me slaan niet meer op hol. Maar er is meer nodig om ze ook weer te laten genieten van de zon, het gras, hun prachtige paardenlichaam, en elkaar.

Hier komt voor mij het hart weer om de hoek kijken.
De ruimte van hart ervaar ik als net zo onbegrensd en onontkoombaar als de ruimte van de waarachtigheid. En eigenlijk ook net zo autoriteitsvol, maar dan in een warme variant.

In het therapeutisch werken met cliënten, drijft uiteindelijk liefde boven. Steevast. Zelfs ouders die hun kind hun liefde onthielden, al dan niet hardhandig, kil of zelfs wreed, hadden (onbewust) eigenlijk niets liever gewild dan hun liefde te geven. Maar ze durfden niet meer.

Hun kiem van goedheid, van hun wezen dus, werd gekwetst toen ze nog afhankelijk en weerloos waren.

De heksen en  draken, waar ik het in deel drie over had, trommelden elkaar tot leven en wijdden zich aan de bewaking. En alles wat maar in de buurt kwam van de ogenschijnlijke weerloosheid van hun liefde, werd van de kaart geveegd

Kinderen komen heel dicht in de buurt. Ze kunnen niet anders. Ze zijn nog hun wezenskiem. Die spiegel is te gevaarlijk, want hij laat defensie wegsmelten.

Ik praat beroerd ouderschap niet goed. En reken maar dat er heel wat afgeraasd en afgerekend wordt in sessies.

Afbeelding 4

Wanneer ik het over liefde heb, zie ik niet het plaatje voor me dat vroeger altijd prijkte op de cover van het Jehovagetuigenblaadje ‘De Wachttoren’: Glimlachende heterostelletjes en modelgezinnen, hand in hand kuierend door een soort teletubby-landschap. Dit blaadje slingerde wel eens rond in ons huis toen ik klein was, omdat mijn moeder altijd bereid was in gesprek te gaan, met wie er ook maar wat te zeggen had. Dat prijs ik in haar, maar als kind werd ik, - voor mij toen nog onverklaarbaar, al wee van dat plaatje. Die voorstelling van een gecastreerde wereld. Ik voelde me er ook unheimisch bij. Alsof er wel eens iemand op die wachttoren op de loer zou kunnen staan, om je van je sokkel te schieten, wanneer je het waagde je van een minder gesuikerde kant te laten zien.
Liefde en zachtheid zijn niet per definitie hetzelfde. Liefde is naast zacht en van een ware zoetheid, ook ferm, vitaal en ongerept.

En zonder liefde gaat het niet. Zonder nabijheid, affectie, gehoord worden, troost. Dan zijn we net zo reddeloos verloren als zonder het in de diepte geplante zwaard van innerlijke autoriteit. Slaan we net zo paniekerig  op hol, of stranden we in zinloosheid. Van een heel eenzaam soort, in dit geval.

Mijn hart laat me weten dat het waarachtigheid kent en ervan houdt, ook al doet die mij of een ander in eerste instantie pijn.  'Maar', zegt het, 'mededogen mag niet verloren gaan in welke waarheid dan ook'.  Het hart vindt het goed dat er begrensd wordt, maar niet dat er veroordeeld wordt, want daarvoor is het menselijk perspectief veel te beperkt.

Het geweven doek
Het levensdrama, soms smartelijk en ontluisterend, schildert zich voort op een van schering en inslag geweven doek. Schering als de verticale draad van geworteld zijn in oer-waarachtigheid. En de inslag als de horizontale draad van gelijkwaardig verbonden blijven, van in ieder geval mededogen.

Afbeelding

Er wordt dus wederzijds gepeild of er sprake is van liefde in waarheid en van waarheid in liefde.

De draden borgen elkaar en vormen een kompas:
Het hart toetst de innerlijke autoriteit: is wat daar lijkt ‘te kloppen’ wel een vorm van autonomie in waarachtigheid? Of gaat het om een angstig egocentrisme, - al dan niet in quasi spiritueel onthechte verpakking-, dat geen deel meer uitmaakt van het grote geheel?

Op zijn beurt ankert het zwaard van de oer-waarachtigheid en innerlijke autoriteit de moed van mijn hart om zich te tonen. Te gaan staan in mijn liefde. Zodat ik mijn handen vrij heb om te omhelzen, gerust te stellen, enthousiast te zijn, en ontroerd, vriendelijk 'nee te zeggen' toe te juichen, te verwarmen.

En de ruimte van de oer-waarachtigheid toetst: is wat juist lijkt in het hart, eigenlijk wel liefde? Of speelt er toedekken, pleasen, leeg geven, dwepen, verstikken?

Er wordt dus wederzijds gepeild of er sprake is van liefde in waarheid en van waarheid in liefde.

Mysterie
Het geweven doek zie ik als het mysterie, of als mysterieuze essentie. Tussen de draden door glinstert licht: die van oer-potentie, oer-waarachtigheid en soevereine liefde. Die in wezen één en dezelfde zijn.

Hoe kan ik deze dingen zeker weten? Dat kan ik niet.

Mijn weten is volstrekt subjectief. Dat kan niet anders wanneer in het mysterie getast wordt. In strikte zin bestaat objectiviteit overigens überhaupt niet. We nemen allemaal waar via de filter van ons lichaam.
Er rest mij niets dan vertrouwen te stellen in mijn waarneming. Dat kostte me decennia, overigens. En en was ook nodig om eerst de filters van mijn her en der verwrongen ikje op te klaren. Of me dat voldoende lukt, kan ik net zo goed nooit objectief vaststellen.

Toch meen ik dat ik inmiddels het verschil kan voelen tussen de aanwijzingen, die het kompas van mijn ‘angst en afweer-gestuurde ik’ levert,  en  aanwijzingen van het kompas, dat het mysterie inbouwde in mijn lichaam.
Dat verschil is nogal overtuigend. Omdat het kompas van het mysterie een rust brengt, die door niets anders gebracht wordt. Mits ik mijn zwaard erin plant.

Dan weet ik nog niet waarom ik besta. Wat de bedoeling is.
Het mysterie lijkt wel een hint te geven:

Misschien is de diepste waarheid liefde.

How
Did the rose
Ever open its heart
And give to the world all of its beauty?
It felt the encouragement of light against its being

Otherwise we all remain too
frightened

Hafiz  (1320-1389)

Zesluik: 'leven met losse handen in tijden van opdrogende bestaansgronden'

DEEL 3: De coming- out van een gevallen engel

Korte samenvatting van deel 2: Bestaansonzekerheid is teruggekeerd van zogenaamd weggeweest. Daarin schuilt de kans om in het licht van de sterfelijkheid, dat zich niet meer laat verduisteren, weer te voelen wat wezenlijk is: verbondenheid.

Juist in het trouwe wentelen van de aarde om de zon, -precies op zo’n afstand dat we niet verijzen of  verbranden, nog extra beschermd door een levenslievende atmosfeer, zit een onvoorwaardelijk en gul dragen. Je zou er ook een oneindig geduld en gracieuze genade voor het menselijk ge-stoethaspel in kunnen zien.
Zoals de vriendelijke namiddag altijd weer lijkt te zeggen: ‘Morgen is er weer een dag. Wat vandaag niet lukte, wordt je niet nagedragen. Je kan het morgen weer proberen’.

Maar wat nou als die koesterende zon vruchtbare gronden en onszelf zou verzengen? Wanneer van eeuwigheid ruisende oceanen ons dreigen te overspoelen?

Straf?
De aarde wordt vaak als een moeder voorgesteld. Dan zou je kunnen gaan denken dat ‘mama ons niet meer moet’. En dan zal ‘papa’: God de vader, het ook wel gehad zal hebben. Hij heeft vast nog wel een goede Bijbelse plaag op de plank liggen om over ons uit te storten, bij wijze van genadeklap.

Worden we gestraft dan? Nee, daar geloof ik helemaal niks van. De klimaat veranderingen, samen met het verdwijnen van soorten, is een gevolg van de  processen, die wij zeker op gang geholpen hebben. Maar de afkalving van de biotoop waar ons bestaan van afhankelijk is, is geen veroordeling. Het is niet een afgeschreven worden als onmogelijke, laat staan slechte wezens, die nu hun verdiende genadeloze loon krijgen.

Afbeelding

Essentiëel goed.  Dat zijn we. Zo voel ik dat diep in mijn binnenste. Hoe weerzinwekkend mensen zich ook kunnen gedragen, de kiem van hun wezen, noch de kiem van hun handelen is slecht. Liefde is de diepste motor.

Trollen en heksen
Ik herinner me een oefening die ik tijdens mijn studie aan BodyMindopleidingen deed. Die ging over het hoger en het lager zelf. Afdalend in de onderaardse gewelven mijn onaangename kanten, zag ik hoe al die trollen en heksen in me, met hun  zuinigheid, gezeur, geslijm, geschreeuw, scherpe oordelen, egocentrisme, berekeningen, bitsheid, lompheid, ongeduld en opvliegendheid, probeerden voor mij op te komen. Om een voorbeeld te geven: wanneer ik me kattig kritisch uitleef op mijn arme partner, ben ik meestal moe. En gefrustreerd over de hoeveelheid werk die er nog ligt, waar ik me verantwoordelijk voor voel. Waardoor ik stuurs, bijna hardvochtig zelfs,  doorjakker, en verander in een ‘pain in the ass’ voor mijn omgeving.

Ik kan dan mijn gedrag afkeuren, wat ik ook doe, maar als ik het daarbij laat, gooi ik het kind met het badwater weg. In mijn gevit zit een boosheid, die eigenlijk op wil komen voor mijn recht op rust. En dat recht hangt weer samen met gewoonweg mogen bestaan, zonder daar ook maar iets voor hoeven te bewijzen.  In mijn stennis-schopperij schuilt een indirecte poging om mijn ‘goed genoeg zijn’ zoals ik ben, in ere te herstellen

Daar is geen niks ‘lager zelverigs’ aan. Het gaat om een hoger Zelf-besef, dat zich door allerlei omstandigheden vertwijfeld terugtrok in de kruipruimtes van mijn lichaam. Waar het gebocheld raakte en indirecte strategieën verzon, om toch voor mijn intrinsiek waardevol zijn op te komen. En me tegelijkertijd beschermen tegen de pijn die ik daarin heb opgelopen.

Onvermijdelijk kreupele strategieën, en vaak ook schadelijke, heb ik uit die kruipruimtes zien opdoemen. Maar de kern ervan bleef schoon, wezenlijk en vitaal. Zich hard makend voor de intrinsieke kostbaarheid van mijn bestaan en mijn essentie.

 

Magistraal kado
Als ik de tijd neem, zie ik aan elk ontaard gedrag, deze intentie ten grondslag liggen. Misschien vooral gericht op bescherming en behoud van het eigen ik. Maar ook in die gerichtheid zit liefde. Zeker: een door overlevingsdrift ingekapselde en door kwetsing verwrongen liefde, maar toch.

Deze uitspraak vraagt om veel meer toelichting en voorbeelden. Die ga ik zeker geven, maar niet in dit vijfluik. Dat wordt een apart artikeltje.

Voor nu: natuurlijk vind ik dat schadelijk gedrag altijd begrensd moet worden, desnoods met onverbiddelijke (maar meedogende) hand.
Wat ik wil zeggen, is dat schadelijk gedrag verwijst naar de gekwetste parel van in essentie goed zijn. De parel van goed zijn en goed willen doen. Van liefde willen geven. Liefde zijn misschien wel. Een kind van het mysterie, van de Bron, van God.
Ons geboren worden is een magistraal cadeau, in de vorm van een verrukkelijk babylichaampje, dat zich in volstrekte weerloosheid wil schenken. Het is verpletterend pijnlijk wanneer dat cadeau onvoldoende herkend wordt, en onvoldoende in verrukking ontvangen.

De parel komt dan noodgedwongen te huizen in de buiken van de onderaardse trollen en heksen, die met hand en tand de verdediging op zich genomen hebben. Maar eigenlijk ook niets liever willen dan weer gerehabiliteerd worden als de engelen die ze zijn, en die niet door eigen toedoen moesten vallen.

R.M Rilke schreef:

Wellicht zijn alle draken in ons leven
Uiteindelijk prinsessen
Die er in angst en beven slechts naar haken
Ons eenmaal dapper en schoon te zien ontwaken.

Wellicht is alles wat er aan verschrikking leeft
In diepste wezen wel niets anders dan iets
Wat onze liefde nodig heeft.

Coming Out
Wezenlijke goedheid herkennen en erkennen, juist ook in mezelf, is voor mij een schoorvoetend proces geweest. Te vertrouwen op zo’n subjectief ‘weten’ en er dan ook nog openlijk voor te gaan staan, is voor mij bijna als een soort ‘coming-out’ geweest. Een beetje zoals mensen, die in universitair intellectuele kringen verkeren, niet zomaar rondbazuinen dat ze ook kerkgangers zijn, zo voelde ik me erbij.
Ik schreef een paar jaar geleden dit gedicht:

Stel dat
De oceaan denkt dat ze te diep is
De lucht twijfelt aan zijn soort luchtigheid
De zon een cursus zoekt om anders te leren schijnen
De stenen vinden dat ze in beweging moeten komen

Is er iets mis?
Is er iets mis met God?
Waarom met jou dan wel

Voorwaarde voor herstel en verbinding
Mijn (h)erkenning van de parel, is de enige manier om te durven afdalen in de krochten van mijn zogenaamde 'niet deugen’. Omdat dat 'misschien wel ‘niet deugen’ erdoor ontzenuwd raakt. Ik durf dan te kijken, omdat ik niet meer alsnog ‘slecht’ kan blijken. Door de draken te vertrouwen, worden ze de prinsessen die ze altijd al waren. Maar dan heel sterk en ‘streetwise’. Mijn handen en hart, die ik eerder kwijt was aan het bevechten van mezelf en anderen, komen vrij om te voelen wat nodig en goed is, en daar rechtstreeks werk van te maken. Dankzij de drakenkracht kan dat ook.

Disclaimer: Ik heb het hier over een levenslang groeiproject. Waarin ik geregeld terugval in het zijn van een draak van een prinses, maar wel steeds langer kan blijven in het zijn van een prinses met drakenkracht. Die zich durft te verbinden, omdat ze weet dat ze niet langer ontmaskerd kan worden als 'niet de moeite waard', of 'fout'.

In mijn bootje blijven zitten
Verankerd blijven in onze diepste aard en in die van het mysterie, is een voorwaarde om de hel niet los te laten breken.
Maar dat gaat niet zomaar. Dat blijkt wel uit de hellen die we sinds mensenheugenis steeds opnieuw over ons hebben afgeroepen.
In ons bootje blijven zitten, hoe dan ook, dat vereist de moed van overgave bij vol bewustzijn. Maar dan heb je ook wat, volgens Hafiz:

 

God
And I have become
Iike two giant fat people living
in a tiny boat
we keep bumping into
each other
And

l
a
u
g
h
i
n
g

Deel 4 van dit Zesluik zal opgedragen zijn aan een zin van Rumi ‘Do not feel lonely, the entire universe is in you’

VERDER NAAR DEEL 4

Zesluik: 'leven met losse handen in tijden van opdrogende bestaansgronden'

DEEL 2: De Kans

Lees deel 1: 'Rouw' van dit Zesluik misschien eerst nog eens voordat je met deel 2 verder gaat.

Mocht je dat niet willen; hier de zeer korte samenvatting van van deel 1, 'Rouw; klimaatrouw is als rouw bij een potentieel  doodsvonnis. We leiden ons af van 'the inconvenient truth', dmv polarisatie en het creëren van vijanden. De mensheid is niet slecht, wel jong. Hoe te leven zonder ontkenning, maar ook zonder continue verontrusting? Wat is de derde weg?

Ik begin met een video: https://youtu.be/gfWnyLejgSE?si=uACd5zhy2el01rRK

Zekerheid?
Te merken dat het niet meer zo zeker is dat onze natuurlijke omgeving ons kan blijven dragen; dat raakt aan ons lichamelijk, maar ook ons psychologisch fundament.

Het is allemaal doodeng.  Wat koopt ons vege lijf voor existentieel gefilosofeer over vertrouwen? Het wil gewoon weten waar het concrete lijfsbehoud te vinden is. Misschien heeft het er meer aan dan het in zijn primaire angst denkt.  Maar hoe dan ook is het zo, dat we moeten leren omgaan met het feit dat zekerheden niet meer zo zeker zijn.

En in wezen is dat nooit anders geweest. Ook al zijn de gevaren van deze tijd structureler van aard, dan het gevaar van een incidentele mislukte oogst, een aardbeving, of een tsunami, in wezen is er niets veranderd. Want waren er ooit garanties? Pas de laatste eeuw is het zo, dat veel meer mensen dan ooit konden uitgaan van veel meer bestaanszekerheid in gezondheid en welvaart.  Daarvoor had onzekerheid het hoogste woord.  Samen met sterfelijkheid: de dood kon nog niet uit het zicht gezet worden met antibioticakuren, verzekeringsmaatschappijen, begrafenisondernemingen en luxe. Bestaansonzekerheid is gewoon teruggekeerd van weggeweest, of liever: laat zich niet meer versluieren

Eindigheid
De Homo Sapiens loopt waarschijnlijk al 300.000 jaar op aarde rond.

Afbeelding

We hebben kostbare culturele tradities opgebouwd als mensheid. Dat de zon doorgaat haar licht op de planeet te laten schijnen, terwijl wij er niet meer zijn, is onvoorstelbaar. De mogelijkheid dat we zouden kunnen uitsterven, is een onbevattelijk en soms ondraaglijk besef, als je het tot je persoonlijke bestaan laat doordringen. Ondraaglijker, althans zo ben ik geneigd het te voelen, dan het ‘gewone’ sterven, waar we ook al 300.000 jaar aan hebben kunnen wennen.  Maar  sterven en uitsterven gaan beiden over eindigheid. En eindigheid is eindigheid.

De dood, die stiekem altijd al in elke vorm van onzekerheid subtiel ruikbaar was,  laat zich niet meer buiten sluiten. Daarin zie ik een kans  in deze dreigende tijd. De eindigheid eist onze blik weer op en  dwingt tot de kern. Een psychologische en in mijn ogen ook mystieke kern.

Mensen die weten dat ze binnen afzienbare tijd ‘uit de tijd zullen vallen’, hebben het over die kern. Ze vertellen dat ze nu beseffen waar het om draait in het leven: Zonder uitzondering hebben ze het over verbondenheid. De mate waarin ze kunnen genieten van de kleine dingen in contact, maakt hen vaak in zekere zin zelfs dankbaar voor de ziekte, die hen ook zal vellen. Omdat, zolang ze nog leven, ze leven in werkelijke betekenis.

Hartsverbondenheid
Die ‘kleine dingen in contact’, zijn eigenlijk helemaal niet klein. Het gaat om het hart dat  voor het oprapen ligt: De behoefte en het vermogen om in contact te treden en niet alleen affectie en liefde te ontvangen, maar ook te geven, is bijna een soort definitie van het leven op aarde. Onverbloemd zie ik ze in de ontvankelijke en antwoordende ogen van baby’s, dreumessen, peuters en kleuters. Ik voel ze onmiskenbaar in de gevoelige, nieuwsgierige toenadering van dieren. In de jubelende kinderen wanneer hun papa of mama weer thuis komt na een dag werken. In de gewonde, die pas kan ontspannen, wanneer zijn hand in die van een ander mag rusten. En in de glimlach, die onwillekeurig op elk gezicht verschijnt, bij het zien van tederheid en saamhorigheid. Een glimlach waarin verrukking schuilt. Omdat het om essentie gaat.

Toch is het helemaal niet zo makkelijk om het besef dat mensen met een terminale aandoening hebben, in de praktijk te brengen. Niet wanneer je waarschijnlijk nog een hele toekomst voor je hebt liggen, waarin het niet vanzelfsprekend is dat er brood op de plank ligt. Of dat je voor vol wordt aangezien

De kans
Daarom zie ik een kans in het toelaten van de reële mogelijkheid, dat we misschien wel géén hele toekomst voor ons hebben liggen.
De kans bestaat, dat we dan gaan doen wat zieke individuen in het licht van hun aanstaande dood doen: opschonen, vergeven, om vergeving vragen, de intrinsieke waarde en schoonheid van alles op aarde herkennen, toegeven aan onze affectieve aard, en overgave aan verbondenheid.

 

Maar hoe dan? Ons lichaam en ons ego willen hoe dan ook voortbestaan, ze zijn bang  voor pijn en ontbering. Ze zullen in hun overlevingsdrift proberen daar uit alle macht vandaan te blijven. Niet goedschiks, dan kwaadschiks.

Hopeloos naïef, zou je zeggen, die kans. Een kans van niks.  Zeker in het licht van de oorlogen die nog maar weer eens nieuw leven ingeblazen worden op dit moment, zakt de hoop je in de schoenen. Oorlogen! Alsof we niks beters te doen hebben. Bijvoorbeeld in het voorkomen dat de aarde nog verder opwarmt.
Maar vooral dus: in het herstellen van verbondenheid.
De klimaatcrisis, biedt als het om verbondenheid gaat, frappant genoeg ook een kans op zichzelf: het klimaat is overal, trekt zich niets aan van landsgrenzen. We worden gemaand tot vereniging.

Hopeloos? Hartstikke moeilijk, dat laat de geschiedenis moedeloos makend zien. Maar waarom niet haalbaar? Als Nelson Mandela het kon, en Etty Hillesum, en meer van dat soort voorbeelden, waarvan er velen anoniem bleven, waarom ik dan niet? Of jij? Of wij?

Er zal zeker nog heel wat angst geslecht moeten worden. Of liever: onze moed om te blijven staan in wat leven betekenis geeft, moet gecultiveerd worden. Zodat die de om zich heen slaande angst op schoot kan nemen, als het er op aan komt. Dat kunnen we leren.

We leven in één grote ‘wake-up call’.  ‘If not now, than when’, zong Tracy Chapman:

https://youtu.be/lMuPYOxC4rg?si=hDeFVQeoiFswSEZU

One regret

One regret that i am determined not to have
When I am lying upon my
Death bed

Is that we did not kiss
enough

-Hafiz- 1320-1389

Zesluik: 'leven met losse handen in tijden van opdrogende bestaansgronden'

DEEL 1: Rouw

Klimaat veranderingen. Weinig geruststellende berichten en onwerkelijke weers-ervaringen buitelen over elkaar heen. Machteloos lijken we te staan. Dat vind ik eng en heel moeilijk.

Er is een collectief van psychologen opgericht dat mensen, die zich angstig, somber en hopeloos voelen over hun misschien door het klimaat getorpedeerde toekomst, wil ondersteunen. In een podcast hoorde ik een van de klimaat-therapeuten zeggen, dat de processen die hij mensen ziet doormaken, lijken op rouwprocessen.

Dat herken ik. Ik voel me vaak in de rouw. Rouw gaat over onomkeerbaar verlies.

Afbeelding

We verliezen veel door de klimaatverschuivingen: Vitale voedende natuur, vele soorten planten en dieren, schoonheid.

Maar we verliezen meer: de biologische basis voor ons eigen voortbestaan.

Dat levert een ander soort rouw op dan die van afscheid moeten nemen van bv. een dierbare of van een droom. Dat kost tijd en doet pijn, maar als het goed is, kan je daarna, misschien getekend en sowieso veranderd,  je leven verder laten ontluiken

Klimaat-rouw lijkt in mijn ogen meer op de rouw die intreedt op het moment dat je te horen hebt gekregen dat je een potentieel dodelijke ziekte onder de leden hebt.

Met alle schrik, angst, ontkenning, woede, verzet, strijd, gemarchandeer, machteloosheid en verdriet van dien.
Maar al die gevoelens dan uitgesmeerd over nog heus wel een paar decennia te gaan. En verdund door het leven van alle dag dat gewoon door gaat en moet gaan, en waar we de handen al meer dan vol aan hebben.

Toch: De biotoop van onze aarde is bezig in onbevattelijk tempo dusdanig te veranderen, dat hij niet meer geschikt is voor een heleboel vormen van leven, waaronder misschien ook dat van de menselijke soort. De veiligheid van ons eigen lichaam en leven staat op de tocht, van onze kinderen, van de mensheid.

Ons organisme weet dat. Hoezeer het dagelijks leven ons onvermijdelijk ook afleidt.

En hoezeer we ons ook expres afleiden met ons groeperen in soms vrij radicale, zichzelf bevestigende  digitale bubbels,

hoeveel maatschappelijke muren van polariserende waarheden we ook opwerpen, om ons te verliezen in het absolute gelijk van de illusoire redding,

hoeveel demoniserende ideeën over slechteriken, waar we ons van moeten ontdoen,

hoeveel ophemelende ideeën over redders,  waar we radicaal in moeten geloven, we ook verzinnen…

Ons fysiek-energetische systeem is op de hoogte van de werkelijke bedreiging, ‘the inconvenient truth’. Die geen ‘mening' is, maar een feit. Dat onmiskenbaar oprukt.

Het is knap moeilijk om die waarheid aan te kijken, zonder vervolgens in een continue staat van diepe verontrusting te verkeren. Die verontrusting sluipt tenminste bijna altijd wel ergens in mij rond. En niet eens omdat ik nou zo bang ben voor de dood an sich.

Te jong

Wij hebben het parket waarin we momenteel verkeren over onszelf afgeroepen. Kennelijk konden we als collectief niet anders. Als mensheid zijn we jong. Ontzettend slim, maar niet rijp. We missen nog  bedrading om wijs om te kunnen omgaan met de risico’s die al dat ijverige vernuft in combinatie met (ego)overlevingsdrift met zich meebrengen.
We kunnen eventuele wijsheid in ieder geval onvoldoende in de praktijk brengen als groep.

Kennelijk kunnen we niet anders dan per saldo zagen aan de poten onder ons eigen voortbestaan. Kennelijk kunnen we niet anders , anders zouden we het doen.  ‘Ze weten niet wat ze doen’ zei Jezus al. Nee, we weten niet wat we doen. En dat is niet expres.

Deze gedachte stemt me mild, alhoewel ik tegelijkertijd bange, razende en bedroefde verbijstering kan voelen. Hij helpt me  in verbinding met mijn al even onvolmaakte mensenhart te blijven en  te buigen voor het kennelijke ontwikkelingsniveau van het mensdom. Onze soort niet aan de aan de schandpaal te nagelen om haar onvermogen.

Te jong, maar niet slecht

De gedachte helpt me ook om in vertrouwen te blijven. Niet zozeer in de ‘ goede afloop’ der dingen voor ons op aarde, maar wel in onze onschuld en goedheid, ook al miskleunen we er gecorrumpeerd en al op los. We zijn jong, te jong vrees ik, voor de uitdagingen waar we onszelf voor geplaatst hebben, maar niet slecht.

Evengoed  is het voor mij steeds opnieuw hard werken om mijn innerlijke klimaat geworteld te houden in  zachtkoel vertrouwen, dat diep in mijn binnenste huist. Want waar vertrouw ik precies op dan? En hoezo? En welke weg is er te gaan als het die van de absolute waarheden en illusoire  reddingen niet is? Maar ook niet die van alvast bevend of cynisch plaats te nemen in de vestibule van een mogelijk zeer pittige toekomst? Is er een derde weg? Ja, denk ik, voel ik, maar die moet ontstaan. En daar gaan de volgende delen van dit vijfluikig artikel over.

Wondrous

O wondrous creatures
By what strange miracle do you
so often not
smile?

-Hafiz- 1320-1389

Vooruit met de koe!

Over de volgende stap op het gebied van godsdienst, politiek en onderwijs.

These, antithese, ‘zin’-these.

Zonder moeite haal ik mij alle geschiedenisleraren voor de geest uit mijn middelbare school tijd. Allemaal wisten ze: wie de geschiedenis niet kent is gedoemd tot herhalen. Dat lijkt me nog steeds een waarheid als een koe, maar wel een trage koe. Nu staan koeien ook niet bekend om hun snelheid. Het wordt tijd voor een klap op het achterwerk.

Politiek, onderwijs, godsdienst. In elk van die drie gebieden zijn we als mensheid met vallen en opstaan naar een cultuur gestruikeld die je kan typeren als een tegenbeweging, een antithese, een reactie op wat er in lange, lange tijden voor ons is gebeurd; de these. Het wordt hoog tijd voor de volgende stap, de ‘zin-these’. Want de drie genoemde gebieden staan voor ‘het cement’ in onze samenleving en dat cement gaat steeds meer op los zand lijken. De prijs is hoog.

In 'grote passen, snel thuis’ wil ik je meenemen in een beweging van inzoomen van wereldniveau (ik heb het vooral over de westerse wereld) naar het niveau van onze praktijk-, les- en meditatieruimte hier op de eerste verdieping. Anders gezegd: in vogelvlucht. Dat zal niet anders gaan binnen de reikwijdte van dit artikel.

Het is een vooral compliment aan de mensheid dat we in elk van de genoemde gebieden antwoorden hebben gevonden op fundamentele scheefgroei, maar we kunnen niet blijven teren op het applaus voor die eerste belangrijke stap, hoe terecht het applaus soms ook moge zijn.

Ook nu is er iets fundamenteels aan de hand. Te fundamenteel om door te blijven borduren op patronen die niet meer werken.

 

Onze actualiteit vraagt om opnieuw iets van ons af te schudden en een nogal radicale beweging in te zetten. Ik benoem die beweging graag als de stap naar ‘zin-these’, want hij lijkt me niet alleen zinvol (om niet te zeggen; onmisbaar), maar ook verbonden met zingeving op individueel niveau.

In de volgorde hieronder eindig ik met de godsdienst. Niet de minst belangrijke, want verbonden met ons mens- en wereldbeeld. Kort en goed: een ander godsbeeld impliceert een ander mensbeeld.

kont koe

1. Politiek

Het eerste stadium (these) was de vaak botte macht van koningen, keizers en tsaren. En hoe al deze vormen van narcisme maar (hebben) mogen heten. Er moest veel bloed vloeien, maar we maakten de stap van ‘ik heb het voor het zeggen’ naar ‘we hebben het voor zeggen’. Het oude ‘koningsdenken’ hebben we redelijk goed onschadelijk gemaakt en geparkeerd. In ons geval in paleis Huis ten Bosch. Geen goedkope parkeerplaats, maar vooruit.

De antithese werd onze huidige democratie, een hele verbetering. Maar in z’n praktische uitvoering werd - bijvoorbeeld - onze tweede kamer een belangen-arena, in ons denken georganiseerd rondom de thema’s ‘links’ en ‘rechts’. De gang van zaken in die belangen arena heeft enorme nadelen, want de botsende belangen gaan verbaal met elkaar op de vuist en dit op de vuist gaan brengt met zich mee dat er niet geluisterd wordt. De goodwill en werkelijke creativiteit om botsende belangen te leiden naar wijze beslissingen verzuipt in al die strijdvaardigheid, waarin politici elkaar met argumenten om de oren blijven slaan en niemand zich gehoord voelt.

Een tevreden achterban is steeds maar weer belangrijker dan een wijze beslissing. Want als het gaat om ‘gehoord voelen’ zijn zij - de achterban - de enigen die er -soms- toe doen. De wijze beslissing wordt de sluitpost. Al die strijdvaardigheid ziet er actief uit, maar het is om van te gapen. Het tenenkrommende van al dit strijden wordt niet alleen zichtbaar in slechte en trage oplossingen , maar ook steeds meer in de links-rechts tegenstelling. ‘De economie!’ roept de een. ‘De samenleving’ roept de ander. Ja duh… we hebben én een gezonde economie nodig én verbondenheid. Dus zullen we es kijken hoe we kunnen ophouden met elkaar in die uitersten te drijven.

Plaatje 'politiek'

De stap naar de ‘zin-these’ zal zich moeten gaan richten op de randvoorwaarden voor wijze beslissingen. Wijze beslissingen kenmerken zich door dat ze van meet af aan antwoord willen geven op de vraag: wat heeft de situatie nodig? Afgezet tegen ‘wat heb ik (of alle ‘ikken’ van mijn achterban) nodig. Daarbij hebben we een stap te zetten in recht doen aan het feit dat er meer zaken of aspecten tegelijk waar kunnen zijn. Ik noemde al de links-rechts tegenstelling. Nog een voorbeeld: we hebben én een stikstof probleem op te lossen én boeren hebben recht op consistent beleid, haalbare doelstellingen en ondersteuning. In het zinloze vechten van politici die maar één bril op kunnen zetten ontstond het zwabberende beleid dat voor niemand een oplossing bood. 

Veelzeggend is het aantal aanvullende wetjes en regelingen dat we inmiddels hebben moeten invoeren om het hoofd te bieden aan ongewenste effecten in alle hoeken van de samenleving. Via veel oplappen komen we dan (als voorbeeld) uit bij ongekend ingewikkelde belasting wetgeving. Hoeveel gaten probeer je te herstellen in een wegdek voordat je de weg werkelijk vernieuwt?

‘Wat heeft de situatie nodig?’ Dus voordat we naar alle knelpunten kijken in de wereld ‘daarginds’, eerst maar eens door die bril kijken naar de democratie zelf. En dan wel graag op dat structurele niveau, om te voorkomen dat we nog meer gaten stoppen. Ik doe een voorzet hieronder, in het besef dat er nog veel creativiteit en uitwerking nodig is. Anders gezegd; wie vult me aan?

Mijn eerste suggestie: elke politieke partij vaardigt enkele mensen af die men het meest in staat acht om wijze beslissingen te nemen (ik weet wel wat criteria) en die mensen vormen een Raad. In deze Raad is luisteren verplicht (ik weet wel een werkvorm) en die raad wordt de nieuwe eerste kamer die wetten en besluiten toetst op een aantal overkoepelende belangen, zoals lange termijn effect, toetsing van beoogd effect, betrokkenheid van burgers, minderheden in de boot houden enz. (ik weet er nog wel een paar)

Mijn punt is vooral dat de structuur van onze democratie (veel gewoontes en regels inbegrepen) is uitgevonden in een andere tijd. We proberen de eisen van deze tijd bij te houden door steeds een ander brandje te blussen en creëren zo een ‘bomen en bos’ probleem. Toch hoeven de structuur verbeteringen waar ik voor pleit niet zo ver te gaan als het voorbeeld hierboven. Ik benoem voor nu: openbaarheid van bestuur (waarom is de ministerraad besloten?), en de check op ‘tegenmacht’, overal waar de overheid macht uitoefent. 

In organisatiebegeleiding heb ik van dichtbij gezien dat mensen hun idealisme makkelijk kunnen verliezen (voorrang geven aan eigen belang en comfort) als ze niet meer zien hoe hun inspanningen bijdragen aan werkelijk iets toevoegen aan de wereld.

12CF9D29-2357-4911-9C13-077A8A7D129D

Dat gebeurt als processen te ondoorzichtig worden. Ons ondoorzichtige besturen zou wel eens op een vergelijkbare manier verband kunnen houden met politici die te vatbaar zijn voor indekken, scoren in de media en behoud van macht.

Het vraagt geen genialiteit om te zien dat er een verband is tussen complotdenken (of lage opkomsten bij verkiezingen) en dit gebrek aan transparantie. Kom op leiders, jullie roepen om het hardst over de te varen koers, maar de boot is lek en kauwgom plakken op de problemen onder de waterlijn helpt niet meer. 

2. Onderwijs 

De these fase: scholing was voor de elite. Kinderen werden een productiefactor. De anti-these fase werd ingezet vanuit de wens om kinderen en hun ontwikkeling te beschermen. Ontwikkeling werd een recht en om dat recht een solide basis te geven werd het ook verplicht.

Interessant hoe lang we doorborduren op dit uiteraard terechte beschermen van kinderen, zonder ons af te vragen wat er op dit moment precies beschermd moet worden. En of dat ook verbonden kan zijn met hoe we het proces inrichten. Dat proces wordt nu gedomineerd door verplichte kennisoverdracht, dat in grote delen van het onderwijs lijkt op het vergroten van ganzenlevers; verplichte voeding via een trechter. De aandacht die uitgaat naar ‘beheersen’ en naar ‘drop-outs’ groeit gestaag door, gelijk op met het wantrouwen dat veel leerlingen hebben richting de volwassen wereld. Het vak van leraar werd er niet leuker van en dat is goed merkbaar.

Plaatje bij 'onderwijs'

Kennisoverdracht, ja natuurlijk. Maar pubers worden ondertussen ook volwassen. Impliciet zeggen we nu dat ze dat zelf maar uit moeten zoeken. Wat is eigenlijk volwassen?
De sluitpost in de huidige situatie, de antithese fase dus, is de psychologische invulling van‘volwassen’. Als we die bril opzetten gaat volwassen niet over leeftijd of vergaarde kennis, maar over identiteit en talent. En: over het vermogen om zelf de schouders ergens onder te zetten, mede te dragen en mede verantwoordelijk te zijn.

Zo’n 20 jaar geleden heb ik een poosje een website gehad onder de naam ‘samenscholing’. Ik stelde een andere inrichting van het middelbaar onderwijs voor. Daarin worden leerlingen niet meer alleen maar getoetst op kennis, maar net zo goed op de mate waarin ze zelf hun schouders onder het leerproces kunnen en willen zetten. Dat vraagt om een inrichting van de school met twee verschillende ‘leerwegen’: eentje voor leerlingen die dat kunnen en willen en daarnaast eentje voor leerlingen die dat nog niet kunnen. Die twee leerwegen hebben een 'open grens'. Anders gezegd; switchen is mogelijk, op basis van 'hoe het gaat' (gele en rode kaarten, proefperiodes). Naar school gaan ‘aan de kant van zelf meewerken’ gaat enorme voordelen hebben voor de leerling zelf, al was het maar omdat het veel minder tijd kost. De tijd en energie die nu verloren gaat aan beheersing kan ten goede komen aan de leerling zelf; kortere lessen, meer gevarieerde werkvormen. Ik ben ervan overtuigd dat we leerlingen helpen met plezier in leren, als we ze bevrijden van de vaak onderhuidse machtsstrijd die grote delen van het middelbaar onderwijs domineert. Het vraagt wel effectieve begrenzing*.

NB: De motivatie om de school op die manier in te richten moet niet komen uit de wens om van ons betere 'beheersers' te maken. Maar om ruimte te creëren voor wat jongeren te ontwikkelen hebben om evenwichtige en bezielde mensen te worden. Die op hun beurt helpen de maatschappij te dragen.

Mijn inschatting is dat we zeker 90% van de leer- en gedragsproblemen in het middelbaar onderwijs kunnen ondervangen als we zelfsturing van leerlingen kunnen inschakelen in plaats van uitschakelen. Werkelijke aandacht voor wat leerlingen nodig hebben voor zelfontplooiing (meer dan kennis) zal daar dus zeker deel van uit moeten moeten maken. Nu werpen we leerlingen in dit gebied  vooral terug op zichzelf en kijken dan vreemd op als ze het vervolgens ook vooral zelf willen uitzoeken.
De uitwerking van dit idee gaat te ver voor een artikel. Dan zou ik over m’n eigen benen struikelen in mijn streven naar grote passen snel thuis. Ik werk aan een boek versie van mijn kijk op ‘zin-these’.

Opmerking:
Met dit aspect 'onderwijs' wil ik toewerken naar een concreet experiment op een school, om te beginnen met één klas. Stuur me een bericht als je denkt dat op jouw of jullie school de tijd rijp is voor het gesprek. NB: uit eerdere ervaringen weet ik dat dit alleen zin heeft als het management meteen betrokken is. erikburema(at)souslevent.nl

3. Godsdienst.

Last but not least. Ik begon met de andere twee omdat de boodschap van een nieuwe radicale sprong in die gebieden misschien makkelijker went. Maar ik ben pessimistisch over de kans van slagen in die gebieden als er niet iets wezenlijks verschuift in hoe we ons verhouden tot het letterlijk Ongekende Mysterie dat ‘leven’ heet. Een completer godsbeeld impliceert een completer mensbeeld.

Dat Mysterie speelt zich niet alleen af buiten ons, maar ook in ons. We maken er deel vanuit, we zijn er een expressie van. Elk moment. Voor mij is dat wonder dagelijks zo indrukwekkend dat ik ‘atheisme’ niet anders kan zien dan als een ‘tegenbeweging’. Dat moet ik uitleggen. Ik denk dat mijn soortgenoten die zich ‘atheïst' noemen, dat niet zeggen omdat ze dat Mysterie willen ontkennen, en daarmee de creërende kracht die ons verstand te boven gaat. Ik ontmoette heel wat atheïsten en ze hebben net zoveel ontzag als ik voor de ‘drijvende kracht’ die onmiskenbaar werkzaam is ‘achter’ of ‘onder’ de wereld van de ‘vormen’. De kracht waarvan de dichter Rumi zegt: ‘I can’t explain all the comings and the goings / You enter suddenly / And I am nowhere again / Inside the majesty.

Boeddha

De atheïsten die ik sprak hebben alleen geen zin in om die drijvende kracht 'God‘ te noemen en dat heeft alles met de kerk te maken die in hun ogen de behoorlijk radicale boodschap van de grote leraren uit de wereldgeschiedenis teveel naar eigen hand gezet heeft. De kritiek is heel  begrijpelijk; het werd steevast een god die buiten onszelf ligt en hij (mannelijk dus) was vaak eerder streng en normatief dan onvoorwaardelijk liefhebbend. En woonde vaak in een te simpel voorgestelde hemel.
Die diezelfde kerk presenteerde zich langdurig als een soort agentschap van de hemel waar je niet omheen kon als je je zielenheil wilde veilig stellen. De ruime aandacht van de kerk voor een hiernamaals met een hemel en een hel past goed bij dat idee en met die aandacht bedeelde het personeel van god op aarde zich macht toe, want daarmee had het volk de kerk nodig (om niet in de hel te belanden).

Men noemt zich dus eerder atheïst uit bedenkingen tegen de kerk. En bedenkingen tegen een invulling van het woord ‘God’ die teveel op Sinterklaas lijkt. Geen verzinsels graag. En dan moet de overdaad aan misdragingen van de kerk toch ook nog maar even benoemd. Hoeveel godsdienst oorlogen hebben er gewoed. En nog steeds.

Ho, nou moet ik even niet doorslaan. Want ik weet heel goed dat het geloof voor velen een diepe bron van inspiratie en troost was en is. Respect daarvoor is het enige wat past.Toch: het is niet moeilijk om in het bovenstaande de these en antihese beweging te herkennen. En  inderdaad: na de donkere middeleeuwen was het wel eens tijd dat het licht aanging. Dank u wel dus, Kant, Montesquieu. Rousseau, Voltaire. Maar toch: hun verering van de rede werd wel ook een vorm van doorschieten naar de andere kant. Dat laatste is nogal eigen aan een antithese beweging.

Het past ook goed bij die - in mijn ogen - versimpelde ‘thesefase’, dat de kerk eigenlijk nooit antwoord heeft willen geven op de vraag of er net zoveel goden bestaan als godsdiensten. Alleen in een wereld die reikt tot aan de eigen horizon is die vraag niet interessant. Maar grote afstanden werden klein en ons denken werd mondiaal. Toch bleef de kerk stil over het antwoord en boette daarmee in aan geloof-waardigheid.

 

Plaatje godsdienst, lege kerk.

Interessant, hoe we we goed beschouwd maar doorborduren op de invulling van ‘godsdienst’ met een god die we buiten onszelf leggen, die strenge en normatieve eigenschappen heeft, impliciet andere godsdiensten afkeurt en een selectieprocedure heeft voor het hiernamaals. Ik zei ‘goed beschouwd’, omdat de scherpe randjes van dit godsbeeld op veel plekken wel verzacht worden, maar dat is iets anders dan er radicaal afstand van nemen.

Dat laatste is wat de ‘zin-these’ fase vraagt van de kerk. Van de kerk? Van ons. Want het instituut zelf gaat hier niet gauw iets in doen. Maar als we radicaal gebroken hebben met dat verouderde beeld dan blijkt er een vorm van godsbeleving te bestaan die niet van ons vraagt om iets aan te nemen en die het accent verlegt van geloven naar ervaren. En die erkenning van het Mysterie - waar we dus deel vanuit maken - juist verbindt met de wetenschap. Neuropsychologie en quantumfysica worden fascinerende ‘vrienden’ die geen ander verhaal vertellen.

‘The inner secret, that which was never born’  noemt Rumi de drijvende kracht achter ‘de vormen’. Vormen zoals jij en ik. Alle vormen. Wie zich erin verdiept gaat steeds meer ontdekken dat ons verstand de neiging heeft om het mysterie weg te filteren uit onze ervaring. Anders gezegd om de magie van leven en bewustzijn ‘gewoon’ te gaan vinden (ik noem het ‘gewonificatie’)

En achter die erkenning ligt de mogelijkheid om te verkennen wat het eigenlijk betekent - beter: zou kunnen betekenen - om het woord God misschien wel te gebruiken, maar niet om daarmee een ‘duale verhouding’ aan te duiden. Dus dat ons afgescheiden zijn van God een illusie van ons verstand is. Die visie, de ‘non-duale’ variant dus, is al zo oud als de mensheid en is kernachtig in klassieke oosterse wijsheidstradities als soefisme, boeddhisme, taoisme, hindoeïsme. Ook al is het vandaag in die vormen soms zoeken geblazen naar die kern. Er zijn overigens ook non-duale opvattingen te vinden in het christendom en in de islam.

Ons westerse cultuur houdt niet erg van die van die non-duale visie die in dit opzicht ‘grenzeloos’ genoemd kan worden. Waarschijnlijk omdat ons vernuft zo explosief kon groeien mede dankzij onderscheiden, indelen in vakjes, classificeren. Grenzen dus. (Ja én natuurlijk, omdat we diepweg de zorgende en beschermende ‘vader’ allemaal ergens gemist hebben. Een vruchtbare bodem voor de aloude opvatting). Grenzeloosheid roept makkelijk angst in ons op.

kaars, bij 'vooruit met de koe'

Kort en goed: de troost en de inspiratie van onze godsdienst zijn vaak integer. En: de atheïst (principieel of onverschillig) heeft in veel opzichten gelijk. Het wordt dus tijd voor de ‘zinthese’.

Het woord grenzeloos is gevallen. Daar zijn we bij een hoeksteen in dit verhaal. Natuurlijk zijn er grenzen, maar dat zijn niet noodzakelijk persoonlijke, ’afsplitsende’ of scheidende grenzen. In mijn ogen is het nogal suffig dat we met al ons vernuft geen onderscheid maken tussen ‘behavioural boundaries’ en ‘separating boundaries’. Dit onderscheid speelt een grote rol in de eerste twee onderwerpen; politiek en onderwijs. Dat vraagt om uitwerking, voor nu de korte versie:

De link met met politiek en onderwijs

De nonduale visie houdt ons voor dat alle vormen voortkomen uit dezelfde bron en tussen geboorte en dood niet los zijn van die bron. We zijn dus niet werkelijk ‘gescheiden eilanden’. We zijn golven op dezelfde zee. Figuren op het canvas van hetzelfde schilderij. Vingers aan dezelfde hand. Die vaststelling kan ver weg staan van onze alledaagse werkelijkheid, maar is daarom niet minder reëel. Hij rammelt alleen aan de deur van onze visie op ‘realiteit’.

Het is mogelijk om individuele kwaliteiten hoog te houden en te waarderen zonder onze onderlinge verbondenheid op het niveau van ‘de bron’ te ontkennen. Dat is even wennen voor onze hyper-individualistische cultuur, maar niet onmogelijk. Het leven wordt leuker en interessanter als we het niet leven als afgesplitst eiland. Een eiland dat bovendien z’n goddelijke komaf makkelijk vergeet en zichzelf meestal veel ‘op de kop zit’ (ik moet anders of verder zijn dan ik ben). Hoofdzaak voor nu is dat de erkenning van onze verbondenheid ‘onder water’ steeds meer voorwaarde wordt om als soort te overleven.

Golven bij 'vooruit met de koe'

Deze verbondenheid met elkaar als levende zielen - uiteraard de natuur inbegrepen - in dit moment in ruimte en tijd, kan gelabeld worden als een voorkeur van ‘links’, maar dat is het niet. Het is al realiteit. We zijn al verbonden. Ook als we dat niet willen. De vraag is dus hoe we die verbondenheid combineren met een gezonde economie. Dat is een kunst die niet gebaat is bij het aanjagen van tegenstellingen.

Over onderwijs: we zijn met elkaar niet heel succesvol in kinderen leiden naar volwassenheid en dat is een understatement. De NS gaat meer camera’s gaat ophangen om vernielingen door de jeugd tegen te gaan…Natuurlijk, maar wat kunnen we nog meer bedenken? Het verplichte karakter van ons onderwijs - dat voortkwam uit goede bedoelingen - brengt met zich mee dat we een vorm van macht moeten inzetten om kinderen in de schoolbanken te houden.

klas bij vooruit met de koe

Dat is al vele decennia een groeiend probleem - in het eerste stadium zichtbaar als het ‘ordeprobleem’ - dat nogal stevig ontkend wordt en daarom geen structurele aandacht krijgt. Voorbij het ordeprobleem wordt de impact zichtbaar als afhaken. Zowel door leerlingen als leraren.

De subtekst van het ordeprobleem: 'We zullen wel eens zien wie hier de baas is over wie!'  Op deze manier creëert de ‘factor macht’  afstand en dat is de tegenpool van verbondenheid (interessant; die factor macht zagen we ook bij het instituut kerk). De jonge ziel wil best aan allerlei eisen voldoen die de maatschappij kennelijk stelt, maar wil zich tegelijk ook welkom voelen in die maatschappij. Daar laten we het teveel afweten. Onderwijs is opvoeden (of we willen of niet) en de kunst en kunde van opvoeden is balanceren tussen begrenzen en ruimte geven. Een klus die kans van slagen heeft als liefde aan de basis ligt. Het overgrote deel van onze jeugd voelt de leerplicht helemaal niet als een vorm van bescherming tegen uitbuiting en moet ondertussen de weg naar volwassenheid in psychologisch opzicht maar zelf zien uit te dokteren. Ieder voor zich en god voor ons allen is cynische realiteit geworden. Waarbij we vergeten zijn dat er geen god buiten ons bestaat. Dus: het besef van onze eigen goddelijke natuur is kernachtig. 

En dat brengt me terug bij wat we hier (onder meer) doen in onze praktijk-, les- en meditatieruimte op de eerste verdieping van onze oude boerderij in de Bourgogne: voeding geven aan het besef van onze goddelijke natuur. En natuurlijk; niet om ons blijvend terug te trekken, maar om van daaruit eerst te kijken naar zelfzorg en dan weer of opnieuw naar de wereld. Misschien wel met nieuwe ogen. Met de vraag in het hart wat de situatie nodig heeft.

Juli 2023, Erik Burema

 

IMG_8728

Tot slot: dit schreef de dichter Hafiz in de 14e eeuw:

Like a Life-Giving Sun

You could become a great horseman
And help to free yourself and this world
Though only if you and prayer become Sweet Lovers.
It is a naive man who thinks we are not engaged in a fierce battle,
For I see and hear brave foot soldiers
All around me going mad,
Falling on the ground in excruciating pain.
You could become a victorious horseman
And carry your heart through this world like a life-giving sun.
Though only if you and God become
Sweet Lovers.

164f253a-cc1d-4e65-b08d-9207175dca62

Nawoord

Over de non-duale visie die ik in het laatste stuk (3. Godsdienst) heb willen verwoorden zijn boekenkasten vol geschreven. Wie het onderwerp aanspreekt moedig ik aan om meer te verkennen. Ik ben zelf gesteld op de boeken van A.H. Almaas, wiens school (Diamond Approach) ik volg sinds 2006. Lezen is overigens niet hetzelfde als het doen van ‘the work’. 

Rumi schrijft ergens: ‘I drank water from your spring and felt the current take me’. 

Dat geldt zeker ook voor mij, maar er zijn nog meer ‘currents’. Bijvoorbeeld de sterke neiging van ons (en natuurlijk ook mijn) ego om voor voldoening buiten ons zelf te kijken. Of de tendens in de wereld om spirituele inzichten voor het karretje te willen spannen van makkelijke en niet zelden materieel gerichte oplossingen. 

Voor werkelijke groei ‘voorbij het ego’ is veel her-innering nodig. Zoveel, dat goed willende mensen misschien wat te vaak op een kussentje blijven zitten, terwijl er in de wereld ook werk aan de winkel is. Dat geldt ook voor mijzelf. 

Het gedicht van Hafiz hiernaast herinnert me eraan dat spiritualiteit ook een wereldgerichte en strijdvaardige kant heeft. Een kant van het verhaal die echter alleen kan bestaan als we ook goed voor onszelf zorgen. Dat laatste is waar we ons op richten in een programma als ‘Inside Love Affair’. Maar sowieso bij alles wat we doen hier in ons centrum ‘Sous Le Vent’. 

Dank voor het lezen!  Als het je aanspreekt, hoop ik dat je wilt helpen verspreiden, bijvoorbeeld door de link te kopiëren en te versturen binnen jouw netwerk.
Aanvullend en verrijkend commentaar is erg welkom. Dat zouden ook concrete tips kunnen zijn, inhoudelijke ideeën, die de beschreven visie verder kunnen dragen. Ik denk dat zulke reacties bij kunnen dragen aan de boek-versie. Inmiddels is een uitgever geïnteresseerd.

erikburema(at)souslevent.nl

*) In de organisatiekunde is het een bekend gegeven: 'grenzen' bepalen de identiteit van een organisatie. Als we naar de huidige grenzen kijken, is de school niet veel meer dan een kennis instituut. En dat terwijl gedrag zo'n doorslaggevende factor is. En het is nog erger; de school wordt ook nog verantwoordelijk gemaakt voor die factor (ranking percentage geslaagden), terwijl het geen serieuze middelen heeft om dat gedrag te beïnvloeden.