Zesluik: 'leven met losse handen in tijden van opdrogende bestaansgronden'

DEEL 2: De Kans

Lees deel 1: 'Rouw' van dit Zesluik misschien eerst nog eens voordat je met deel 2 verder gaat.

Mocht je dat niet willen; hier de zeer korte samenvatting van van deel 1, 'Rouw; klimaatrouw is als rouw bij een potentieel  doodsvonnis. We leiden ons af van 'the inconvenient truth', dmv polarisatie en het creëren van vijanden. De mensheid is niet slecht, wel jong. Hoe te leven zonder ontkenning, maar ook zonder continue verontrusting? Wat is de derde weg?

Ik begin met een video: https://youtu.be/gfWnyLejgSE?si=uACd5zhy2el01rRK

Zekerheid?
Te merken dat het niet meer zo zeker is dat onze natuurlijke omgeving ons kan blijven dragen; dat raakt aan ons lichamelijk, maar ook ons psychologisch fundament.

Het is allemaal doodeng.  Wat koopt ons vege lijf voor existentieel gefilosofeer over vertrouwen? Het wil gewoon weten waar het concrete lijfsbehoud te vinden is. Misschien heeft het er meer aan dan het in zijn primaire angst denkt.  Maar hoe dan ook is het zo, dat we moeten leren omgaan met het feit dat zekerheden niet meer zo zeker zijn.

En in wezen is dat nooit anders geweest. Ook al zijn de gevaren van deze tijd structureler van aard, dan het gevaar van een incidentele mislukte oogst, een aardbeving, of een tsunami, in wezen is er niets veranderd. Want waren er ooit garanties? Pas de laatste eeuw is het zo, dat veel meer mensen dan ooit konden uitgaan van veel meer bestaanszekerheid in gezondheid en welvaart.  Daarvoor had onzekerheid het hoogste woord.  Samen met sterfelijkheid: de dood kon nog niet uit het zicht gezet worden met antibioticakuren, verzekeringsmaatschappijen, begrafenisondernemingen en luxe. Bestaansonzekerheid is gewoon teruggekeerd van weggeweest, of liever: laat zich niet meer versluieren

Eindigheid
De Homo Sapiens loopt waarschijnlijk al 300.000 jaar op aarde rond.

Afbeelding

We hebben kostbare culturele tradities opgebouwd als mensheid. Dat de zon doorgaat haar licht op de planeet te laten schijnen, terwijl wij er niet meer zijn, is onvoorstelbaar. De mogelijkheid dat we zouden kunnen uitsterven, is een onbevattelijk en soms ondraaglijk besef, als je het tot je persoonlijke bestaan laat doordringen. Ondraaglijker, althans zo ben ik geneigd het te voelen, dan het ‘gewone’ sterven, waar we ook al 300.000 jaar aan hebben kunnen wennen.  Maar  sterven en uitsterven gaan beiden over eindigheid. En eindigheid is eindigheid.

De dood, die stiekem altijd al in elke vorm van onzekerheid subtiel ruikbaar was,  laat zich niet meer buiten sluiten. Daarin zie ik een kans  in deze dreigende tijd. De eindigheid eist onze blik weer op en  dwingt tot de kern. Een psychologische en in mijn ogen ook mystieke kern.

Mensen die weten dat ze binnen afzienbare tijd ‘uit de tijd zullen vallen’, hebben het over die kern. Ze vertellen dat ze nu beseffen waar het om draait in het leven: Zonder uitzondering hebben ze het over verbondenheid. De mate waarin ze kunnen genieten van de kleine dingen in contact, maakt hen vaak in zekere zin zelfs dankbaar voor de ziekte, die hen ook zal vellen. Omdat, zolang ze nog leven, ze leven in werkelijke betekenis.

Hartsverbondenheid
Die ‘kleine dingen in contact’, zijn eigenlijk helemaal niet klein. Het gaat om het hart dat  voor het oprapen ligt: De behoefte en het vermogen om in contact te treden en niet alleen affectie en liefde te ontvangen, maar ook te geven, is bijna een soort definitie van het leven op aarde. Onverbloemd zie ik ze in de ontvankelijke en antwoordende ogen van baby’s, dreumessen, peuters en kleuters. Ik voel ze onmiskenbaar in de gevoelige, nieuwsgierige toenadering van dieren. In de jubelende kinderen wanneer hun papa of mama weer thuis komt na een dag werken. In de gewonde, die pas kan ontspannen, wanneer zijn hand in die van een ander mag rusten. En in de glimlach, die onwillekeurig op elk gezicht verschijnt, bij het zien van tederheid en saamhorigheid. Een glimlach waarin verrukking schuilt. Omdat het om essentie gaat.

Toch is het helemaal niet zo makkelijk om het besef dat mensen met een terminale aandoening hebben, in de praktijk te brengen. Niet wanneer je waarschijnlijk nog een hele toekomst voor je hebt liggen, waarin het niet vanzelfsprekend is dat er brood op de plank ligt. Of dat je voor vol wordt aangezien

De kans
Daarom zie ik een kans in het toelaten van de reële mogelijkheid, dat we misschien wel géén hele toekomst voor ons hebben liggen.
De kans bestaat, dat we dan gaan doen wat zieke individuen in het licht van hun aanstaande dood doen: opschonen, vergeven, om vergeving vragen, de intrinsieke waarde en schoonheid van alles op aarde herkennen, toegeven aan onze affectieve aard, en overgave aan verbondenheid.

 

Maar hoe dan? Ons lichaam en ons ego willen hoe dan ook voortbestaan, ze zijn bang  voor pijn en ontbering. Ze zullen in hun overlevingsdrift proberen daar uit alle macht vandaan te blijven. Niet goedschiks, dan kwaadschiks.

Hopeloos naïef, zou je zeggen, die kans. Een kans van niks.  Zeker in het licht van de oorlogen die nog maar weer eens nieuw leven ingeblazen worden op dit moment, zakt de hoop je in de schoenen. Oorlogen! Alsof we niks beters te doen hebben. Bijvoorbeeld in het voorkomen dat de aarde nog verder opwarmt.
Maar vooral dus: in het herstellen van verbondenheid.
De klimaatcrisis, biedt als het om verbondenheid gaat, frappant genoeg ook een kans op zichzelf: het klimaat is overal, trekt zich niets aan van landsgrenzen. We worden gemaand tot vereniging.

Hopeloos? Hartstikke moeilijk, dat laat de geschiedenis moedeloos makend zien. Maar waarom niet haalbaar? Als Nelson Mandela het kon, en Etty Hillesum, en meer van dat soort voorbeelden, waarvan er velen anoniem bleven, waarom ik dan niet? Of jij? Of wij?

Er zal zeker nog heel wat angst geslecht moeten worden. Of liever: onze moed om te blijven staan in wat leven betekenis geeft, moet gecultiveerd worden. Zodat die de om zich heen slaande angst op schoot kan nemen, als het er op aan komt. Dat kunnen we leren.

We leven in één grote ‘wake-up call’.  ‘If not now, than when’, zong Tracy Chapman:

https://youtu.be/lMuPYOxC4rg?si=hDeFVQeoiFswSEZU

One regret

One regret that i am determined not to have
When I am lying upon my
Death bed

Is that we did not kiss
enough

-Hafiz- 1320-1389